Tchandala – Resilience – CD bespreking

Tchandala – Resilience

Door twee albums uit te brengen (Fantastic Darkness in 2002 en Fear of time in 2012) zijn de heren van Tchandala niet erg productief. Toch zijn ze al 21 jaar actief en met ‘Resilience’ brengen ze hun derde CD. Een titel die dus meer zegt dan we op het eerste zicht zouden denken. De band bestaat uit zanger Dejair Benjamim, gitaristen Thamise Ducci en Will Moreira, bassist Sandro Souza en drummer Pablo Rubino. Deze band stond op het podium met bands als Blaze Bayley, Viper, Predator, enz. . Deze nieuwe CD werd opgenomen, gemixt en gemasterd in Revolusom Studio en geproduceerd door Marcos Franco, Dan Loureiro en TCHANDALA. In verschillende nummers werden ze bijgestaan door diverse gastmuzikanten.

Het album schiet na wat mysterieus geroezemoes uit zijn startblokken met “The flame”. De dubbele bassdrum van Pablo Rubino leiden dit uptempo catchy nummer naar een melodieuze verleiding. De korte riffs en vingervlugge solo zetten de kwaliteiten van Thamise Ducci en Will Moreira direct in de kijker. De dubbele zanglijn op het einde is opvallend want naast de gewone zang komen er schreeuwende backingvocals van Dan Loureiro bij. Op het einde terug de mysterieuze klanken. Een nummer dat het beste haalt uit klassieke en power metal.

De zang in “Labyrinth” kan mij niet bekoren, die komt te onzeker over en mist wat power. Voor een band van 21 jaar leg ik de lat toch iets hoger. Voor de rest zit het muzikaal wel goed, ook de backingvocals kunnen de kracht van dit nummer mooi accentueren. Het nummer komt door de lange uithaals in de zang ook wat lang over, toch erg sterk gitaarwerk en sterk drumwerk.

Vocalist Iuri Sanson is te gast in “Valley of greed”. Zijn hogere zangstem matcht mooi met de gierende gitaren. Terug muzikaal sterk met progressive achtertoets. De ene riffende gitarist wordt door een sublieme solo van de andere ter orde geroepen. Mooi duel waar enkel winnaars zijn. De tempoverhoging op het einde is leuk.

Buitenbeentje is zeker “Lamento ao Velho Chico”, een speciaal nummer waar veel verteld wordt met wat gitaargetokkel. Het is als het ware een prelude naar “Tears of River”. Old Chico zou een verwijzing zijn naar een manifest over de São Francisco rivier, die ligt tussen Alagoas en Sergipe.

 

“Tears of river” heeft bij momenten een duister kantje. Geen idee of het van de sterke riff, de dubbele bassdrum of de bombastische zangstijl is, maar het tekent het nummer.

Op “Echoes through the fourth dimension” zijn Clarice Pawlow en Renan Fontes te gast. In deze ballad zorgt een akoestische gitaar voor de juiste sfeer, al wordt deze al rap ingehaald door het hardere werk. Een breekbare solo klieft het nummer mooi middendoor. De dubbele bassdrum contrasteert mooi met de rustige zangstijlen en met donder en regen komt dit prachtige nummer toch tot een einde.

Ook in “Flatland” heb ik wat problemen bij het verteren van de zanglijnen. Het koor met hoge stem is opvallend aan dit nummer.

Van “Shadows” wordt ik niet vrolijk, maar dat hoeft ook niet. De negatieve vibe komt misschien zorgt de passievere zang of de deukende loodzware gitaren voor die negative vibe. Will Moreira’s keyboard bijdrage is daardoor soms moeilijk te traceren. Wat verder in het nummer krijgen we een ritmeswissel met wat progressieve en vooral agressievere invloeden. Met een positievere solo breekt het nummer uiteindelijk helemaal open. Het nummer eindigt weliswaar in dezelfde krachtige stijl als het begonnen is.

“Father’s spirit” is een ingetogen ballad waar we Jack Ferreira op keyboard als gast horen. Het is een rustig nummer met prachtige lyrics over een vader die zijn visie uiteen legt voor de toekomst met zijn pas geboren zoontje.

Ook in “Caesar” is Will Moreira te gast, maar ook Tim “Ripper” Owens als zanger en Luana D’Almeida als backing vocals. Het is een nummer dat qua richting naar power metal doorweegt door de dubbele bassdrum van Pablo Rubino.

Om af te sluiten kunnen we nog genieten van een akoestische versie van “Echoes Through the fourth dimension”. De akoestische gitaar geeft een warme sfeer, waardoor de zang wat beter uitkomt dan in de volledige versie.

Muzikaal is deze band niet erg origineel maar wel vrij sterk want hier spreken we over heavy / power melodieuze metal van hoge kwaliteit. Het gitaarwerk is meer dan behoorlijk en soms verrassend. Maar in dit genre is een krachtige loepzuivere stem cruciaal en daar zit er volgens mij nog wat marge voor progressie. Bijna alle nummers flirten met speeltijd rond de 5 minuten en daardoor krijgen we een klein uurtje de volle lading energie. De productie is prachtig. Liefhebbers van Judas Priest, Manowar of Testament zullen dit album zeker versmaden, voor de anderen is het de moeite waard om deze band te ontdekken.

 

75/100

 

Andy Maelstaf – Met dank aan Gino Puylaert