Devoid – Cup of tears – CD Review

DEVOID – CUP OF TEARS

 

Dat ik fan ben van Carsten is wellicht geen geheim. Zo goed als elk album (geloof me, dat zijn er intussen een pak, check zijn site www.carstenschulz.com  maar eens … ) waarop hij te horen is of door een of andere wijze door zijn hulp ter wereld kwam, heb ik (gesigneerd) liggen.

Ik mocht hem persoonlijk ontmoeten tijdens zijn periode bij Rik Priem’s Prime. Hij werkte graag mee aan mijn eindwerk fotografie in de vorm van Rik Priem’s Prime eerste fotoboek. Toen ik onlangs hoorde dat de Duitse vocale krachtpatser opnieuw in een nieuw project gestapt was en ik het veelbelovende resultaat eind oktober van hem persoonlijk in mijn digitale brievenbus kreeg om te reviewen, werd het moeilijk om objectief te blijven en in mijn verslag niet in superlatieven te blijven hangen. Iedereen is toch wat “weak in the presence of beauty”. Daarom dat ik dit verslag bewust na meerdere luistersessies en verloop van meerdere weken pas publiceer. Echter, hoe meer ik luister naar ‘Cup Of Tears’, hoe meer ik er van geniet. Het beoordelen werd er niet makkelijker op.

Persoonlijk heb ik het meestal niet zo voor progressieve muziek en stond (jawel) ietwat sceptisch tegen dit nieuwe avontuur. “Cup of Tears” is het debuutalbum van Devoid, een project van de Franse gitarist Shad Mae met zanger Carsten ‘Lizard’ Schulz, keyboardspeler Jorris Guilbaud, bassist Ben Toquet en drummer Ben Wanders. De productie is om je vingers af te likken, alles klinkt helder en scherp gedetailleerd.

Het openingsbommetje “Soldiers” staat direct garant voor veel melodieuze power, in combinatie met verfijnde techniek. De progressievere toets is duidelijk aanwezig. Carsten is vocaal heel sterk en krachtig genoeg om de muzikanten in het gareel te houden.  Ook op YouTube te beluisteren:

Een tweede pareltje is “Otherworld”. Opmerkelijk gitaarwerk van de Franse Shad Mae, die duidelijk magische vingers moet hebben om dergelijke krachtige en vingervlugge riffs te toveren.

We spannen de schroef nog iets strakker aan want het tempo gaat nog een stukje omhoog. In het thrashy “Collective Heart” combineert Carsten rustige en energieke zang. De ritmewissels trekken het tempo eventjes omlaag en laten het keyboard sfeer brengen, maar voor we het beseffen krijgt de bpm–meter een kick en ontploft alles nog eens naar het einde toe.

Een elegante akoestische gitaar als opening van “The Clock Is Ticking” staat in schril contrast met het vorige nummer. De intro gaat naadloos over via een energiekere brug naar het gespierde refrein, waar terug alle muzikale elementen aanwezig zijn.

Killing Hands” gaat met een strakke riff van start en al gauw vult Ben Wanders op drum het plaatje met dubbele bassdrum op.  In de rustigere momenten brengen de toetsen van Jorris Guilbaud wat dynamiek en sfeer. We horen een ontspannen Carsten over de golven van Ben Toquet’s bass zweven.

Een koor brengt het rustige “Religion” op gang. Het tempo is een stuk ingetogener, maar toch is Shad’s snijdende gitaar in het refrein nog sterk aanwezig. Er hangt een mysterieus duister sfeertje. Vocaal gaat het van rustig tot stevig uithalen, het vocaal bereik en vooral de power van Carsten is verbluffend. Het nummer gaat naar een climax door een dubbele bassdrum en steviger gitaarwerk. Deze is trouwens ook op YouTube te beluisteren:

De pingelende toetsen in “Agony” bieden weerstand tegen de erg aggressieve aanvallende gitaren en pompende drum. Het nummer wordt mooi open getrokken en valt zelfs bijna stil. Ideaal moment om Shad’s solerende bijdrage in de spotlight te zetten.

Het kortste en tevens instrumentale nummer “Final Breath” duurt slechts een tweetal minuten. De akoestische gitaar zorgt voor een adempauze in deze sneltrein.

Op een gelijkaardige rustige manier kabbelt “Colours Fade To Grey” onze oren binnen. Carsten roept ons al direct met een “ow yeah” tegemoed en begeleid ons naar een intensiever refrein. In de rustigere momenten slaagt Jorris Guilbaud met zijn keys er magistraal in om wat extra melodieën te penitreren want het is moeilijk om weerstand te bieden aan Shad’s riffend vuurwerk. Mijn favoriete track.

Het sterke keyboard gedreven “Mind Keeper” valt toch ten prooi aan een gierende gitaarsolo. Waar alles terug tempo en kracht leek te winnen, breekt het nummer magisch open en plots lijkt alles veel bombastischer. Verbaasd bleef ik wat genieten tot een gierende en vingervlugge gitaarsolo me bij de keel nam en naar het einde van het nummer loodste.  Ow waaw, nog een favoriet! Ook deze is op YouTube te beluisteren:

Titeltrack “Cup Of Tears” voert een mooie tweestrijd tussen de soms rustigere vocale en de opzwepende muzikale omlijsting. En wat later is het net andersom. Ben Wanders gaat echt tot het uiterste door strakker en vlugger dan ooit de bonkende ritmes aan te geven. Opnieuw een nummer waar alles in zit en de titel van het album meer dan waardig is.

We lijken wel in het midden van een ontwakende jungle te zitten als “Hollow Point” begint. De kooreffecten zorgen voor een filmische en haast irreële sfeer. Shad grijpt deze laatste kans met beide handen om zijn gitaarvirtuositeit nog eens extra in de schijnwerpers te zetten en dat is puur genieten. De bijna pratende gitaarsolo doet je bijna vergeten dat dit een instrumentaal nummer is. Check maar uit op YouTube:

Een album dat via het label “Melodic Rock” komt, laat al vermoeden al dat we iets melodieus gaan krijgen, maar we krijgen veel meer dan melodie alleen. Kracht, muzikale en technische perfectie, harmonie, goede songwriting, uitstekende arrangementen met een progressief sausje erover. Met “Cup Of Tears” slaagden ze erin om de perfecte balans te vinden tussen technische finesse en muzikaliteit. Daarom is het enerzijds moeilijk om Devoid een genre-label op te plakken, anderzijds vinden ze het warm water niet opnieuw uit. Het is geen pure power metal of pure progressieve metal band, ze liggen ergens in het midden en ze domineren absoluut dit territorium.

Feit is dat de vocale prestaties van Carsten ook voor dit genre de perfecte match is. Keyboards zijn over het ganse album mooi verdeeld. Shad’s gitaarwerk quoteren op een schaal tot tien levert wellicht elf op. We krijgen 12 nummers die ons een klein uurtje gekluisterd houden. Naast mijn favorieten “Colors fade to grey” en “Mind keeper” zijn er geen grote uitschieters, want de kwaliteit blijft gans de schijf uiterst hoog.

Als je van energieke, melodieuze, technische, aanstekelijke maar ook een beetje progressieve metal houdt, dan kan je niet rond deze release en is “Cup Of Tears” jouw ding!

 

91/100

 

Andy Maelstaf