Melted Space – Darkening light – CD review

Melted Space – Darkening light

Melted Space is een project waarin Pierre Le Pape de combinatie van filmmuziek, elektronische muziek en metal zijn eigen vorm geeft. Aan zijn nieuwe album vol verrassingen werkten een ganse reeks vocalisten aan mee, onder andere Clémentine Delauney van Visions Of Atlantis en Jeff Scott Soto . “Darkening Light” werd opgenomen en gemixt in Frankrijk door François-Maxime Boutault en gemasterd door Alan Douches op West West Side Music in New York. Het artwork is van Adrien Bousson.

“The void before” is een instrumentale intro die een brug legt naar “Newborns”, waar een ganse reeks zangers en zangeressen de ene na de andere verrassing brengen. Zo horen we een hoge klassieke vrouwelijke stem op een metalritme, daarna een mannelijke en vrouwelijke cleane stem op rustigere begeleiding. Ook “The meaning of this place” is een uniek nummer, een uptempo dubbele bassdrum domineert het ritme. De melodieuze gitaarbegeleiding in dit nummer staat in schril contrast met fragiele solozang.

Idem is “From the beginning to the end” waar het tempo ook erg hoog ligt. Grunts worden met verschillende vocalen gemengd. “The dawn of men (I’m alive)” is een melodieus uptempo nummer met mannelijke zang, onderbroken met een rustiger tussenstuk met erg hoge vrouwelijke zang, cleane vrouwelijke zang, grunts, mannelijke zang, … Je moet het horen om te snappen. Om nog maar te zwijgen van de ritmewissels die ook in “Trust in me” schering en inslag zijn. “Man and future”  bevat vele arrangementen maar een ultra drumsessie valt op. Ook in “Missing Creed” en “Fallen world” staan melodie en samenzang van diverse zangeressen centraal.

Deze productie omschrijven is zo goed als onmogelijk. Er zitten zoveel stijlen, tempo’s, zangers en zangeressen, … gecombineerd in 1 album. Magistraal hoe alles zo mooi in elkaar vloeit en onder de vlag van metal opera op de luisteraar afgevuurd wordt.

Zangers / zangeressen:

Catherine Trottmann – Chaos

Clémentine Delauney (Visions of Atlantis, Exit Eden) – Harmony

Sakis Tolis  (Rotting Christ) – Time

Pierre Le Pape – Space

Ailyn Giménez Garcia (Sirenia) – Earth

Lucie Blatrier – Water

Guillaume Bideau (Mnemic, Scarve) – Air

Black Messiah – Fire

Øyvind Hægeland (Arcturus) – Death

Silje Wergeland (The Gathering) – Life

Jeff Scott Soto – Man

Mikael Stanne (Dark Tranquillity) – Lie

 

Promo Benelux: Hard Life Promotion

Mike de Coene: mike@hardlifepromotion.nl

www.hardlifepromotion.nl

www.facebook.com/mike.decoene

 

75/100

Andy Maelstaf

23 Acez – Embracing The Madness – CD review

23 Acez – Embracing the madness

23 Acez zijn:

Benny “Zors” Willaert – vocalen, ritmegitaren

Tom Tas – lead gitaren

Tom “Mundez” Hesters – basgitaren

Louis Van der Linden – drums

Wat songschrijver en zanger Benny “Zors” Willaert in 2012 als studio project “23 Acez” lanceerde, bleek veel meer in petto te hebben. Na de release van hun debuutalbum bleven de positieve commentaren niet uit. Intussen is dit project tot een echte live band geëvolueerd en komt binnenkort hun derde album uit. Met “Embracing The Madness” kiezen de heren om de randjes wat scherper te maken met een agressievere, complexere en scherpere stijl. Mixen en masteren van het album werd daarom ook aan Simone Mularoni uitbesteedt.

In de industrieel aanvoelende intro “Re” (klopt die naam wel?) krijgen we een eerste sessie gitaargeweld van hoog niveau. We zijn gewaarschuwd, het zal er hard, ruw en agressief aan toe gaan! Ook in “Animation” krijgen we aanvallende en progressieve schreddende gitaren. Alles is opvallend strak gespeeld. De schreeuwerige cleane zang, met korrel in de stem, maakt het ruwer en uniek, met plots erg rustige gitaarsolo die het nummer compleet omzwiert. Dezelfde kenmerken krijgen we in “Cellbound” maar er zit meer melodie in het gitaarspel.

“Shadows” gaat richting balled maar blijft teveel kracht te hebben om onder die noemer te vallen. Het tempo is misschien wel wat rustiger maar de agressiviteit blijft in “Where do you go” door het vlammende gitaarspel. Toch kent het nummer een melodieus refrein dat full speed rechtdoor gaat maar daarna telkens afgeknakt wordt door agressief gitaarwerk. Tof nummer! Gelijkaardig aan “Shadows” is ook “Embracing the madness” een ballad met ballen.

Het gaat een stuk zwaarder in “Expectations” door het tragere ritme en lange vocale uithaals. “Catch 23” gaat rustig van start, maar het midden stuk is een stuk heviger dankzij een solo, en eindigt naadloos in een overgang naar “Numb”. Ook een traag nummer maar met een erg vingervlugge gitarist aan het werk. De zang is een pak minder schreeuwerig en krachtig, maar dit is zeker niet slechter, integendeel. Opnieuw opvallend sterk soleergitaarwerk.

In “The deeper thing” krijgen we een melodieuze start. Het drumritme verandert vaak. Bij dieper kijken vinden we er heel veel stijlen in. Een mix van rustig en uptempo, solo en agressief. Ook “Evolution” begint traag, maar eerder mysterieus. Het nummer komt wel op gang maar het erg progressieve muzikale karakter krijgen we vele korte stiltes die beklijvend opvallen. De lange vocale uithaals in afsluiter “Freefall” doen ons precies dieper en dieper vallen. Door de snedige gitaren in een traag ritme klinkt het nummer donker.

Alhoewel elk kaartspel slechts 4 azen heeft, lijkt het alsof er hier 23 in volle actie bezig zijn. Met dit album zetten ze zich wel goed in de kijker dankzij het sterke energieke maar progressief karakter en agressief gitaarwerk in combinatie met krachtige zang. Ze geven een moderne kwinkslag aan de hedendaagse rock. Not 100% my cup of tea, maar da’s persoonlijk, maar wie houdt van het stevige werk zal hier een ferme kluif aan hebben.

www.23acez.be

www.facebook.com/23acez

78/100

Met dank aan Mike De Coene – Hardlife promotions

Andy Maelstaf

Last Days Of Eden – Chrysalis – CD review

Last Days Of Eden – Chrysalis

Het Spaanse “Last Days Of Eden” was met hun debuutalbum “Ride The World” eind 2016 support voor “Mob Rules”. Tijdens die tour leerde ik hen kennen als een veel belovende band in het genre. Op 23 maart komt hun tweede langspeler “Chrysalis” uit. Gitarist Dani G. deed de productie van deze plaat zelf en voor de mastering klopten ze aan bij Mika Jussila, die onder andere al voor Nightwish en Stratovarius werk afleverde.

Bij de start van het gigantische eerste nummer “Forevermore” kreeg ik de indruk dat dit een nieuw album van Nightwish was. De keyboards en gitaren laten de touch en vibes van Storytime heropleven. Het is een heel sterk metalnummer waar vele orchestrale elementen met elkaar verweven zijn en Lady Ani de magistrale vocale scepter zwaait. Ik was direct weg van het nummer!

“The Roots Of Life” pakt het iets meer epischer aan. In dit mid-tempo nummer benadrukken de mooie vocale uithaals een mooie sfeer. Dani G. horen we als backing vocals.

Dat de folkinvloeden nooit ver weg zitten, horen we ook in “The Wanderer”. Een rustiger nummer waar de nachtegaal van dienst de keyboards, fluit en scheurende gitaren laat samensmelten. Ow wat een oorwormpje!

Terug een duw tegen de bmp-meter want “Dead Man’s Tale” pakt het terug wat intenser aan. Opnieuw valt het gemak op waarmee het grote vocale bereik gehaald wordt. En gezien ik deze band al live aan het werk zag, weet ik dat ze dit live zeker kunnen overdoen.

Na het rustigere orchestrale “The Storyteller” is het tijd voor een ballad. “Falling In The Deep”, die een meeslepende melodramatische ondertoon kent, wint al gauw aan kracht en tempo. Het bewandelt het pad tussen ballad en powerballad. Dit nummer werd als single gereleased. Uitgerekend op valentijdsdag konden we al een trailer zien:

En hierbij sluit “Aedea’s Daughter” perfect aan want het nummer begint met een erg fragile solozang met minimale keyboardondersteuning. Echter, na een minuut wordt deze intieme sfeer doorprikt door een scheurende gitaar met kloppend ritme van Leo Duarte’s drum. Het nummer kent hoogtes en laagtes maar ondanks de lange duur van net geen tien minuten blijft het boeiend. De samenzang met het koor naar het einde zorgt voor een rustpunt midden deze schijf.

Naast de opzwepende nummers wordt ook aandacht geschonken aan de rust. Sluit even je ogen den denk dat je op een zwoele zomeravond aan een keltische kampvuur zit. op de feërieke melodieuze tonen van “A Siren’s Song” vertellen Dani G en Lady Ani hun verhaal. Een adempauze waar je stil van wordt.

Terug onze metalvest aantrekken want we scheuren terug de snelweg op. “Heading For The Sun” is een erg catchy nummer dat een vingervlugge snarenplukker laat dueleren met de rest van de band.

De combinatie van deze opzwepende melodieën met rustige nummers zorgt voor een extra contrast op deze schijf. Zo begint “Romeo & Julian” ook erg ingetogen. Droom even weg in “the garden of Eden”. De erg hoge zang laat Lady Ani opnieuw schitteren.

We eindigen met het uptempo nummer “7 Years Of Madness”, waar nog een laatste keer alle registers opengetrokken worden. Ook hier zijn de aggressieve gitaren troef en drummer Leo Duarte ondersteunt die nummer op volle snelheid. Het nummer gaat met momenten flirten met thrash, maar weet deze lijntjes zo perfect af te lopen dat we een na deze laatste powershot verbleekt maar voldaan achterblijven.

Het zal wellicht geen verrassing zijn dat “Last Days of Eden” met deze nieuwe schijf een stap, of liever een sprong, voorwaarts maken. Persoonlijk vond ik de rustpauzes iets te frequent, maar de energiekere nummers maken dit ruimschoots goed. Ze overtreffen mijn goed gevoel die ik bij deze band al had. Denk maar aan de uitbundige nummers zoals “Forevermore”, “The Wanderer” of “Heading For The Sun” en je zal snappen wat ik bedoel. Hoe vaak ik tijdens het beluisteren van dit album spontaan een glimlach op mijn gezicht kreeg zal wellicht niet te tellen zijn. Wellicht zullen ze ook dit jaar terug live in onze contreinen te zien zijn. En dan mag je zeker zijn dat ondergetekende er ook zal zijn, want na het afleveren van dergelijke albums moet de band gewoonweg aan bekendheid winnen. Mij hebben ze alvast meer dan overtuigd, nu nog de rest van de wereld.

88/100

Andy Maelstaf

Met dank aan Gino Puylaert

Alwaid – The machine and the beast – CD review

Alwaid – The machine and the beast

De ster Alwaid komt uit Lille (Frankrijk) en schittert aan de metalhemel met hun tweede album “The Machine and The Beast”. Het zal wellicht geen toeval zijn dat deze ster zich in het beestige sterrenbeeld “Draak” bevindt. Dit zestal, bestaande uit zangeres Marie Perrier, bassist Simon Lamarcq, gitaristen Max Renard en Alexandre Wyndaele, keyboardspeler Laurent Feisthauer en Robin Grabmann op drum, brengen met deze tweede album vooral een vernieuwende sound ten opzichte van hun debuut.

Na de theatrale intro “Enter the other one inside” komt “Amphisbaena” bombastisch en zwaar over als begin. De vrouwelijke hoge en tevens lage zang van Marie Perrier is opvallend krachtig en wordt in de fragiele momenten ondersteund met sterk gitaarwerk en dubbele bassdrum. “When giants wake” is dan iets meer catchy met nu en dan een rustigere passage. Er zit veel variatie in het ritme. Idem bij “The whale waar sporen van melodic death in zitten.

Mijn persoonlijke favoriet is “The lord of cities”, een lekkere catchy riffende uptempo metaltrack met de intussen gekende ritmebreaks. De snellere passages neigen naar powermetal door dubbele bassdrum en vormen een sterke combinatie met de rustigere momenten. “The Lord of Cities” is een power ballad, met snelle drums, zware en melodieuze gitaarwerk en hoge zang. Op deze schijf een typerend nummer. Gans anders is “Monsters by gaslight”. Het komt wel traag op gang maar door riffende gitaar en de grunts krijgen we een erg duister gevoel.

Opnieuw een trager nummer in het midden van het album met “Sang noir”. Een melodieuze ballad die het album positief breekt. Ook het begin van “So the song went silent o’Moyle” kent een rustig begin, maar de melodie krijgt via dreunende gitaren een zwaar meeslepende melodramatisch gevoel. Het is een bijna angstaanjagend dreigend traag ritme. We leven terug op door een doomachtig “So The Song Went”.

Compleet contrast is het fragiele begin van “Idle riddles and rhymes” dat zwaar verder gaat met pakkende riffs, een achtergrondkoor en de grunts van Max Renard. Het is zeker het meest symfonische nummer van het hele album al kent deze ook donkere kantjes. Opnieuw contrast met “Fractalized”, waar in het begin enkel een gitaar de zangeres Marie begeleid. Pas later laat de drum het tempo toenemen. Een moeilijk te klasseren nummer is “The call of the wild”. Het is uptempo en ook telkens variërend van stijl. De zang is rustiger maar de pompende drum en riffs werken dat tegen, een complexe dualiteit die de schijf in schoonheid laat afsluiten.

Tijdens het luisteren naar zangeres Marie Perrier kreeg ik vaak hetzelfde gevoel als luisteren naar Marieke Bresseleers van Circle Unbroken. De vocalen van deze knappe dames zorgen vlotjes voor een glimlach op mijn gezicht. Met deze tweede schijf klinkt Alwaid zwaarder en brutaler, maar ook sneller en donkerder. De modernere trends tegenwerkend gaan de keys wat naar de achtergrond en treedt het gitaarwerk iets maar in de schijnwerper. We kregen vooral veel contrasten na elkaar, onder andere door rustige ballad of snelle en krachtige uitspattingen, maar ook qua orkestrale en donkere elementen. Elk nummer is past perfect in het totale concept. Zeker een meer dan verdienstelijke poging, al kon het mij niet helemaal overtuigen. Versta me niet verkeerd, het is een genot om te luisteren en door de vele variatie in nummers en muzikale orkestratie bleef ik wel elk nummer geboeid. Dit album is erg mooi en soms verrassend gedetailleerd uitgewerkt en zal liefhebbers van dit zwaardere werk zeker voldoening geven.

75/100

Met dank aan Mike De Coene, Hard Life Promotion

Andy Maelstaf

Tchandala – Resilience – CD bespreking

Tchandala – Resilience

Door twee albums uit te brengen (Fantastic Darkness in 2002 en Fear of time in 2012) zijn de heren van Tchandala niet erg productief. Toch zijn ze al 21 jaar actief en met ‘Resilience’ brengen ze hun derde CD. Een titel die dus meer zegt dan we op het eerste zicht zouden denken. De band bestaat uit zanger Dejair Benjamim, gitaristen Thamise Ducci en Will Moreira, bassist Sandro Souza en drummer Pablo Rubino. Deze band stond op het podium met bands als Blaze Bayley, Viper, Predator, enz. . Deze nieuwe CD werd opgenomen, gemixt en gemasterd in Revolusom Studio en geproduceerd door Marcos Franco, Dan Loureiro en TCHANDALA. In verschillende nummers werden ze bijgestaan door diverse gastmuzikanten.

Het album schiet na wat mysterieus geroezemoes uit zijn startblokken met “The flame”. De dubbele bassdrum van Pablo Rubino leiden dit uptempo catchy nummer naar een melodieuze verleiding. De korte riffs en vingervlugge solo zetten de kwaliteiten van Thamise Ducci en Will Moreira direct in de kijker. De dubbele zanglijn op het einde is opvallend want naast de gewone zang komen er schreeuwende backingvocals van Dan Loureiro bij. Op het einde terug de mysterieuze klanken. Een nummer dat het beste haalt uit klassieke en power metal.

De zang in “Labyrinth” kan mij niet bekoren, die komt te onzeker over en mist wat power. Voor een band van 21 jaar leg ik de lat toch iets hoger. Voor de rest zit het muzikaal wel goed, ook de backingvocals kunnen de kracht van dit nummer mooi accentueren. Het nummer komt door de lange uithaals in de zang ook wat lang over, toch erg sterk gitaarwerk en sterk drumwerk.

Vocalist Iuri Sanson is te gast in “Valley of greed”. Zijn hogere zangstem matcht mooi met de gierende gitaren. Terug muzikaal sterk met progressive achtertoets. De ene riffende gitarist wordt door een sublieme solo van de andere ter orde geroepen. Mooi duel waar enkel winnaars zijn. De tempoverhoging op het einde is leuk.

Buitenbeentje is zeker “Lamento ao Velho Chico”, een speciaal nummer waar veel verteld wordt met wat gitaargetokkel. Het is als het ware een prelude naar “Tears of River”. Old Chico zou een verwijzing zijn naar een manifest over de São Francisco rivier, die ligt tussen Alagoas en Sergipe.

 

“Tears of river” heeft bij momenten een duister kantje. Geen idee of het van de sterke riff, de dubbele bassdrum of de bombastische zangstijl is, maar het tekent het nummer.

Op “Echoes through the fourth dimension” zijn Clarice Pawlow en Renan Fontes te gast. In deze ballad zorgt een akoestische gitaar voor de juiste sfeer, al wordt deze al rap ingehaald door het hardere werk. Een breekbare solo klieft het nummer mooi middendoor. De dubbele bassdrum contrasteert mooi met de rustige zangstijlen en met donder en regen komt dit prachtige nummer toch tot een einde.

Ook in “Flatland” heb ik wat problemen bij het verteren van de zanglijnen. Het koor met hoge stem is opvallend aan dit nummer.

Van “Shadows” wordt ik niet vrolijk, maar dat hoeft ook niet. De negatieve vibe komt misschien zorgt de passievere zang of de deukende loodzware gitaren voor die negative vibe. Will Moreira’s keyboard bijdrage is daardoor soms moeilijk te traceren. Wat verder in het nummer krijgen we een ritmeswissel met wat progressieve en vooral agressievere invloeden. Met een positievere solo breekt het nummer uiteindelijk helemaal open. Het nummer eindigt weliswaar in dezelfde krachtige stijl als het begonnen is.

“Father’s spirit” is een ingetogen ballad waar we Jack Ferreira op keyboard als gast horen. Het is een rustig nummer met prachtige lyrics over een vader die zijn visie uiteen legt voor de toekomst met zijn pas geboren zoontje.

Ook in “Caesar” is Will Moreira te gast, maar ook Tim “Ripper” Owens als zanger en Luana D’Almeida als backing vocals. Het is een nummer dat qua richting naar power metal doorweegt door de dubbele bassdrum van Pablo Rubino.

Om af te sluiten kunnen we nog genieten van een akoestische versie van “Echoes Through the fourth dimension”. De akoestische gitaar geeft een warme sfeer, waardoor de zang wat beter uitkomt dan in de volledige versie.

Muzikaal is deze band niet erg origineel maar wel vrij sterk want hier spreken we over heavy / power melodieuze metal van hoge kwaliteit. Het gitaarwerk is meer dan behoorlijk en soms verrassend. Maar in dit genre is een krachtige loepzuivere stem cruciaal en daar zit er volgens mij nog wat marge voor progressie. Bijna alle nummers flirten met speeltijd rond de 5 minuten en daardoor krijgen we een klein uurtje de volle lading energie. De productie is prachtig. Liefhebbers van Judas Priest, Manowar of Testament zullen dit album zeker versmaden, voor de anderen is het de moeite waard om deze band te ontdekken.

 

75/100

 

Andy Maelstaf – Met dank aan Gino Puylaert

Devoid – Cup of tears – CD Review

DEVOID – CUP OF TEARS

 

Dat ik fan ben van Carsten is wellicht geen geheim. Zo goed als elk album (geloof me, dat zijn er intussen een pak, check zijn site www.carstenschulz.com  maar eens … ) waarop hij te horen is of door een of andere wijze door zijn hulp ter wereld kwam, heb ik (gesigneerd) liggen.

Ik mocht hem persoonlijk ontmoeten tijdens zijn periode bij Rik Priem’s Prime. Hij werkte graag mee aan mijn eindwerk fotografie in de vorm van Rik Priem’s Prime eerste fotoboek. Toen ik onlangs hoorde dat de Duitse vocale krachtpatser opnieuw in een nieuw project gestapt was en ik het veelbelovende resultaat eind oktober van hem persoonlijk in mijn digitale brievenbus kreeg om te reviewen, werd het moeilijk om objectief te blijven en in mijn verslag niet in superlatieven te blijven hangen. Iedereen is toch wat “weak in the presence of beauty”. Daarom dat ik dit verslag bewust na meerdere luistersessies en verloop van meerdere weken pas publiceer. Echter, hoe meer ik luister naar ‘Cup Of Tears’, hoe meer ik er van geniet. Het beoordelen werd er niet makkelijker op.

Persoonlijk heb ik het meestal niet zo voor progressieve muziek en stond (jawel) ietwat sceptisch tegen dit nieuwe avontuur. “Cup of Tears” is het debuutalbum van Devoid, een project van de Franse gitarist Shad Mae met zanger Carsten ‘Lizard’ Schulz, keyboardspeler Jorris Guilbaud, bassist Ben Toquet en drummer Ben Wanders. De productie is om je vingers af te likken, alles klinkt helder en scherp gedetailleerd.

Het openingsbommetje “Soldiers” staat direct garant voor veel melodieuze power, in combinatie met verfijnde techniek. De progressievere toets is duidelijk aanwezig. Carsten is vocaal heel sterk en krachtig genoeg om de muzikanten in het gareel te houden.  Ook op YouTube te beluisteren:

Een tweede pareltje is “Otherworld”. Opmerkelijk gitaarwerk van de Franse Shad Mae, die duidelijk magische vingers moet hebben om dergelijke krachtige en vingervlugge riffs te toveren.

We spannen de schroef nog iets strakker aan want het tempo gaat nog een stukje omhoog. In het thrashy “Collective Heart” combineert Carsten rustige en energieke zang. De ritmewissels trekken het tempo eventjes omlaag en laten het keyboard sfeer brengen, maar voor we het beseffen krijgt de bpm–meter een kick en ontploft alles nog eens naar het einde toe.

Een elegante akoestische gitaar als opening van “The Clock Is Ticking” staat in schril contrast met het vorige nummer. De intro gaat naadloos over via een energiekere brug naar het gespierde refrein, waar terug alle muzikale elementen aanwezig zijn.

Killing Hands” gaat met een strakke riff van start en al gauw vult Ben Wanders op drum het plaatje met dubbele bassdrum op.  In de rustigere momenten brengen de toetsen van Jorris Guilbaud wat dynamiek en sfeer. We horen een ontspannen Carsten over de golven van Ben Toquet’s bass zweven.

Een koor brengt het rustige “Religion” op gang. Het tempo is een stuk ingetogener, maar toch is Shad’s snijdende gitaar in het refrein nog sterk aanwezig. Er hangt een mysterieus duister sfeertje. Vocaal gaat het van rustig tot stevig uithalen, het vocaal bereik en vooral de power van Carsten is verbluffend. Het nummer gaat naar een climax door een dubbele bassdrum en steviger gitaarwerk. Deze is trouwens ook op YouTube te beluisteren:

De pingelende toetsen in “Agony” bieden weerstand tegen de erg aggressieve aanvallende gitaren en pompende drum. Het nummer wordt mooi open getrokken en valt zelfs bijna stil. Ideaal moment om Shad’s solerende bijdrage in de spotlight te zetten.

Het kortste en tevens instrumentale nummer “Final Breath” duurt slechts een tweetal minuten. De akoestische gitaar zorgt voor een adempauze in deze sneltrein.

Op een gelijkaardige rustige manier kabbelt “Colours Fade To Grey” onze oren binnen. Carsten roept ons al direct met een “ow yeah” tegemoed en begeleid ons naar een intensiever refrein. In de rustigere momenten slaagt Jorris Guilbaud met zijn keys er magistraal in om wat extra melodieën te penitreren want het is moeilijk om weerstand te bieden aan Shad’s riffend vuurwerk. Mijn favoriete track.

Het sterke keyboard gedreven “Mind Keeper” valt toch ten prooi aan een gierende gitaarsolo. Waar alles terug tempo en kracht leek te winnen, breekt het nummer magisch open en plots lijkt alles veel bombastischer. Verbaasd bleef ik wat genieten tot een gierende en vingervlugge gitaarsolo me bij de keel nam en naar het einde van het nummer loodste.  Ow waaw, nog een favoriet! Ook deze is op YouTube te beluisteren:

Titeltrack “Cup Of Tears” voert een mooie tweestrijd tussen de soms rustigere vocale en de opzwepende muzikale omlijsting. En wat later is het net andersom. Ben Wanders gaat echt tot het uiterste door strakker en vlugger dan ooit de bonkende ritmes aan te geven. Opnieuw een nummer waar alles in zit en de titel van het album meer dan waardig is.

We lijken wel in het midden van een ontwakende jungle te zitten als “Hollow Point” begint. De kooreffecten zorgen voor een filmische en haast irreële sfeer. Shad grijpt deze laatste kans met beide handen om zijn gitaarvirtuositeit nog eens extra in de schijnwerpers te zetten en dat is puur genieten. De bijna pratende gitaarsolo doet je bijna vergeten dat dit een instrumentaal nummer is. Check maar uit op YouTube:

Een album dat via het label “Melodic Rock” komt, laat al vermoeden al dat we iets melodieus gaan krijgen, maar we krijgen veel meer dan melodie alleen. Kracht, muzikale en technische perfectie, harmonie, goede songwriting, uitstekende arrangementen met een progressief sausje erover. Met “Cup Of Tears” slaagden ze erin om de perfecte balans te vinden tussen technische finesse en muzikaliteit. Daarom is het enerzijds moeilijk om Devoid een genre-label op te plakken, anderzijds vinden ze het warm water niet opnieuw uit. Het is geen pure power metal of pure progressieve metal band, ze liggen ergens in het midden en ze domineren absoluut dit territorium.

Feit is dat de vocale prestaties van Carsten ook voor dit genre de perfecte match is. Keyboards zijn over het ganse album mooi verdeeld. Shad’s gitaarwerk quoteren op een schaal tot tien levert wellicht elf op. We krijgen 12 nummers die ons een klein uurtje gekluisterd houden. Naast mijn favorieten “Colors fade to grey” en “Mind keeper” zijn er geen grote uitschieters, want de kwaliteit blijft gans de schijf uiterst hoog.

Als je van energieke, melodieuze, technische, aanstekelijke maar ook een beetje progressieve metal houdt, dan kan je niet rond deze release en is “Cup Of Tears” jouw ding!

 

91/100

 

Andy Maelstaf

Release Live Video Of Pop Evergreen “Total Eclipse Of The Heart!

 

 

Photo Credit by Christian Barz

Release Live Video Of Pop Evergreen

“Total Eclipse Of The Heart!

Can’t get enough of EXIT EDEN’s fascinating live performances? So can’t we!
Watch “Total Eclipse Of The Heart”, originally by Bonnie Tyler, live performed by Amanda Somerville, Clémentine Delauney, Marina La Torraca, and Anna Brunner at Hamburg Metal Dayz..

EXIT EDEN are living proof that almost every classic song can be transformed into a solid metal-rock song and that their powerful e-guitar driven versions work exceptionally great live on stage!
Find the full track listing of their debut album “Rhapsodies in Black” listed below:

1. Question Of Time
2. Unfaithful
3. Incomplete
4. Impossible
5. Frozen
6. Heaven
7. Firework
8. Skyfall
9. Total Eclipse
10. Paparazzi
11. Fade To Grey

 

 

 

 

Get your copy of the chart-hitting album “Rhapsodies in Black” HERE!

 

Cosmopolitan, self-confident, independent and ready to do their very own thing, EXIT EDEN have already released six chapters of their “Rhapsodies in Black” HERE:
“Unfaithful” (Rihanna Cover) HERE
“Impossible” (Shontelle Cover) HERE
“Incomplete” (Backstreet Boys Cover) HERE
“Paraprazzi” (Lady Gaga Cover) HERE
“Total Eclipse Of The Heart” (Bonnie Tyler) HERE
“A Question Of Time” (Depeche Mode) HERE

Stay tuned and keep you eyes & ears open!
Find Exit Eden online:
Homepage: http://www.exit-eden.com/
Facebook: https://www.facebook.com/ExitEdenMusic/
Instagram: https://www.instagram.com/ExitEdenMusic/
YouTube: https://www.youtube.com/c/ExitEdenMusic
Twitter: https://twitter.com/ExitEdenMusic

CD review – Megasonic – Without warning

Megasonic – Without warning

 

Megasonic is gestart in 2012 als een studio project van gitaristen Jeroen De Bock en Lieven De Wolf, samen met zanger Dimitri Verhoeven. Pas na het eerste album in 2014 kwamen Thomas Abeel (bass) en Dries Deturck (drum) erbij en zo kon de band ook live aan de slag. Ik heb hen al enkele keren live bezig gezien toen ze nog tourden met hun eerste plaat en was aangenaam verrast toen het bericht kwam dat de opvolger eraan zat te komen. Intussen ligt die tweede langspeler voor me. Twaalf nummers (inclusief de intro) zorgen voor een goede drie kwartier Belgische melodic metal.

LINE-UP:

Dimitri Verhoeven – zang, keyboard

Jeroen De Bock – gitaar, keyboard, backing vocals

Lieven De Wolf – gitaar, backing vocals

Thomas Abeel – bass gitaar, backing vocals

Dries Deturck – drum

01 – Sirius A

De intro mist zijn doel niet. Het is een opbouwend nummer, beginnend op een mysterieus keyboard en wat later bijgestaan door een bijna sprekende gitaar. Het backingkoor geeft extra dimensie mee aan de climax.

02 – Atlas

Een oorstrelende gitaarriff nodigt je uit naar het eerste echte nummer. Zanger Dimitri Verhoeven neemt op dominante manier plaats boven het muzikale ritme. De één zal het een eigen timbre vinden, maar de lichte korrel in zijn stem vind ik best leuk en geeft extra punch. De positieve boodschap in de lyrics is dat je iets kan bereiken als je ervoor gaat. En dat hebben de heren goed gesnapt, we krijgen een erg prachtig nummer waar veel variatie in zit. De lekker progressieve toets bevalt me wel en als midden het nummer alles precies lijkt stil te vallen, is het de beurt aan Jeroen De Bock om een meer intiemere sfeer te brengen met zijn keyboard. Het verfijnde gitaarwerk neemt het over en beetje bij beetje beseffen we dat deze band veel te bieden heeft.

03 – Walk The Wire

Dit nummer start met een gitaarriff die je ook op een plaat van Judas Priest of Iron Maiden zou kunnen vinden. Woow, muzikaal top en erg uitnodigend naar het complete nummer. Het wordt een classic rock nummer waar de backing vocals een extra muzikale tint meegeven. De stevige gitaren zijn in dit uptempo nummer nooit ver weg en een pompende drum maakt dit nummer tot een van mijn favorieten. Dimitri klinkt precies wat voller en ligt wat beter in het nummer. Een erg sterk nummer.

04 – Run And Hide

“Run And Hide” werd als basis genomen voor een videoclip die eind september online kwam. Terug een erg aanstekelijk nummer waar je voor je het weet headbangend meedoet. Ook hier is muzikale variatie troef want de ritmewissels zijn bijna een visitekaartje geworden. Ook dit nummer heeft veel te bieden. Het eindigt met een meer hardcore-toets.

05 – Hammered

En plots zitten we in L.A. in onze cabrio. Met een ferme knipoog naar glamrock komt dit nummer vrij losjes over. Zalig cruisen over de highway.  Ook de solo in het nummer ademt de warme east-coast uit. En de vele “Oh Oh Oh”’s door de backingvocals zullen daar wel hun stevige steentje aan bijdragen.

06 – Someone

Midden de plaat is het event tijd voor een rustiger nummer. Deze ballad gaat over de zoektocht naar iemand om van te houden. Deze emotionele boodschap wist mijn hart te raken en het sentimentele nummer blijft hangen.

07 – Signal Fire

En terug de metal in. De stevige riff lijkt ons wel terug te katapulteren naar de metal van de 80ies. Een kruisbevruchting van Saxon en Judas Priest met een hedendaags sausje erover. Een vingervlugge gitaarsolo onderbreekt eventjes de riffende snaren. Het is het langste nummer op de CD. Van dit nummer kwam er begin augustus een lyric video uit. De aandachtige kijker kreeg al een stuk van het artwerk mee.

08 – Taking Back My Life

“Taking Back My life” heeft een negatieve sfeer. Het is een nummer waar men op zoek is naar zichzelf, maar er niet uit geraakt. Opnieuw een ander gezicht van deze band, maar niet voor mij weggelegd.

09 – Hit Squad

Het gaat er een stuk vrolijker aan toe bij “Hit Squad”. Opnieuw een uptempo nummer dat wat “glam” meets “rock ’n roll” in zich heeft. De ritme en tempo wissels zijn leuk alsook de half rappende vocalen.

10 – Down By The River

De bpm-meter wordt stevig teruggedraaid en met de snedige gitaren wordt dit een erg zwaar nummer. “Down By The River” toont opnieuw een ander gezicht en alhoewel dit stoner-achtige genre me minder aanspreekt, heeft het nummer wel iets waardoor ik  geboeid blijf tot de laatste noot.

11 –  Love Like Rain

Is dit dezelfde band? Jawel hoor. Dit bluesy getint nummer laat het zware gitaargedreun kilometers achter zich en slaat resoluut een andere weg is. Het is een easy listening nummer dat wel eigenaardig overkomt na de vorige krachtige en geladen nummers. Echter veel blijft er niet van hangen, het nummer kabbelt net iets te onopvallend en rustig verder van begin naar het einde.

12 – Last Man Standing

Groepen als Hammerfall en Bon Jovi hebben een identiek getitelde track op hun palmares, maar deze weet zich toch goed te onderscheiden en moet in feite niet onderdoen. We krijgen een stevig feel-good rock nummer dat catchy en vlot mijn oren inglipt. Een nummer dat goed in elkaar zit en vlotjes de nekspieren overbelast krijgt. Deze lekkere stamper is de ideale afsluiter en is opnieuw eentje de er voor mij uitschiet.

 

Dit album bevat enkele zijsprongetjes, die de een al meer zal kunnen appreciëren dan de andere. Al bij al zetten de heren een puike prestatie neer. We krijgen een ferme brok aangename melodic metal te verwerken met hier en daar een uitschieter. Met dergelijke albums en een puike live performance bouwen de heren er gestaag aan om een vaste waarde in de Belgische metalscène te worden. Ook nog een vermelding van het indrukwekkend mooie front-cover artwork door Rodrigo Gudina van de Core76 studios.

 

8/10

Met dank aan SLEASZY RIDER RECORDS

Andy Maelstaf

Quantum Fantay – Tessellation of Euclidean Space – CD review

Quantum Fantay – Tessellation of Euclidean Space

 

Tracks Listing

1. Tessellate

2. Manas Kavya

3. Astral Projection

4. Skytopia (a) Azure (Sky Blue)

5. Skytopia (b) Laputa (Castle in the Sky)

6. Skytopia (c) Ignis Fatuus (Illusion)

7. Skytopia (d) Empyrean (Cosmos)

8. Anahata

 

Keyboardspeler Pieter van den Broeck (Pete Mush) en bassist Wouter De Geest (Jaro) zorgden er in 2002 voor dat Quantum Fantay het levenslicht zag. Intussen hebben Tom Tas op gitaar, Gino Bartolini op drums, Jorinde Staal op dwarsfluit en Nette Willox op sax de band vervoegd. Deze Lokerse progressieve rockband heeft recent hun 9de (!) album uitgebracht. Hun unieke space-rock is gebaseerd op meeslepende keyboard sferen, pompende drumritmes ondersteund met opmerkelijk gitaarwerk en sfeervolle dwarsfluit/saxofoon klanken, die we ook in het werk van o.a. Marillion, Jean-Michel Jarre en Dream Theater terugvinden. Quantum Fantay speelde reeds op diverse festivals in Nederland, Duitsland (waar hun dubbele live album opgenomen werd), Zwitserland, Polen en zelfs de USA. Ze deelden het podium met grote bands als Uriah Heep, Pain of Salvation en Opeth.

Met “Tessellate” begint de plaat rustig en sfeervol. Keyboards zijn opvallend sterk aanwezig. Bij momenten komt het nummer over als experimenteren, door de indrukwekkende en complexe combinaties van de keyboards. Het tempo verhoogt wat bij “Manas Kavya”, het drumwerk komt wat pertinenter naar voor en gitaarsolo’s doen de sfeer bij momenten iets nerveuzer maken. Pete Mush is ook hier overvloedig aanwezig om alles aan elkaar te lijmen. Men waant zich zwevend in free space.

“Astral projection” is een rustig nummer dat met lichte drum de vele keyboardklanken aan elkaar verbindt. Nu en dan accentueert een gitaarsolo het zweverige gevoel. Het tempo wordt naar hoelang het nummer vordert soms wat intenser.

Skytopia werd in vier delen opgesplitst, waarvan “Skytopia Azure” het eerste mysterieuze deel is. “Skytopia Laputa” laat enerzijds tropische klanken horen, die je doen wegdromen naar zomerse stranden. Anderzijds doet het nummer je denken aan die 80ies tv series waarbij je die space-achtige klanken voor het eerst kon horen. Ook “Skytopia Ignis Fatuus” begint vrij speciaal en eerder geladen. Je krijgt een onzeker gevoel door de vele klanken die op je afkomen. Iets vreemdere eend in de bijt is “Skytopia Empyrean”, die met zijn reaggae invloeden dit nummer een zwoel tintje geven. De saxsolo’s fleuren dit alles mooi op en zorgen voor een vrolijke noot.

En dan zijn we al aan het laatste nummer “Anahata” gekomen, waarmee we de plaat in alle rust kunnen afsluiten zoals deze begonnen is.

Dit album is alweer een schot in de roos. Met hun zweverige klanken bezorgden ze ons dromerige momenten. Drie kwartier waanden we ons weg van deze aardse kluit en lieten ons vervoeren naar hogere sferen. Acht nummers zorgen ervoor dat we telkens kunnen wegglijden. De muziek is zo’n perfecte cocktail van gitaar, drum, fluit, sax en keyboard, dat het niet opvalt dat er geen zanger(es) is. Hun muziek, met de vele accenten en details, werkt als de legale en positieve effecten van space-cake.

Als kers op de taart speelden ze de voorbije zomer op de Fonnefeesten in Lokeren een 15-jarig jubileumconcert, waar ze een wervelende combinatie brachten van hun psychedelische muziek, speciale effecten, danseressen en vuurwerk. Een muzikaal en visueel spektakel om U tegen te zeggen. Voor diegenen die nog twijfelen: Haal de schijf in huis en laat je verrassen, laat je onderdompelen, beleef hun muziek, onderga de stroom aan klanken en je zal zien dat dit puur genieten is!

 

Bandleden

Pieter van den Broeck (Pete Mush): synthesizer, Turkse saz, vocoder

Wouter De Geest (Jaro): basgitaar, saz

Tom Tas: gitaar

Gino Verhaegen: drums

Jorinde Staal: dwarsfluit

Nette Willox: sax

 

85/100

 

Andy Maelstaf

Honeymoon Disease: Part Human Mostly Beast – CD review

Honeymoon Disease – Part human mostly beast

Het Zweedse Honeymoon Disease brengt 27 oktober hun tweede album uit: Part Human Mostly Beast. Deze rockers staan gekend voor hun melancholische en ruwe rockmuziek. Ze hebben al samen gespeeld met met bands als Avatarium, Dead Lord en Graveyard om er maar enkele te noemen. Ook voor dit nieuwe album hebben ze, zoals bij hun debuut, samengewerkt met producer Ola Ersfjord.

“Doin’ it again” is een rocknummer met zo’n typische undergroundsfeer, die door de backingvocals hier en daar geaccentueerd wordt. De stampende drum is dominant aanwezig maar een snedige gitaar weet met zijn solo’s die sfeer toch deels optimistischer te maken.

Het gaat er een stuk luchtiger aan toe in “Only thing alive”. Toch is dit een krachtig rocknummer waar een stevige basslijn het nummer tussen de lijntjes weet te houden. Die sfeer gaat door in “Tail twister” waar de gitaren een ruig en ruw kantje meegeven aan deze rocker. De drumlijn heeft de touwtjes stevig in handen.

Beetje typerend aan de stijl is de erg rustige en neerslachtige ballad “Rymdvals” met toch een opmerkelijke gitaarsolo. Naar het einde toe slaat deze diepe sfeer om, het tempo gaat de lucht in en het nummer eindigt een pak positiever.

Een vreemde contradictie: een nummer dat met een vrolijk en rustig deuntje begint dat gaat over een “Needle in your eye”. Het ontpopt zich in het refrein dankzij het zwaardere drum- en gitaarwerk naar een voller geluid. Telkens worden rustige en drukke passages afgewisseld.

“Fly bird fly high” is een rock ’n roller die je van de eerste noten al vasthoud en de sfeer van de sixties uitademt. Het typische gitaarwerk doet me direct aan vetkuiven en chevy’s denken. Je word in enkele seconden zomaar eventjes 70 jaar in de tijd terug gekatapulteerd. Beestig goed nummer door mensen gebracht.

We wanen ons met “Calling you” 20 jaar later. Zangeres Jenna heeft deze 80ies klinkende rocker schreeuwend in haar greep. De vurige vingervlugge gitaarsolo geeft samen het pompende drumwerk een indrukwekkende hoeveelheid energie af.

Echt op adem kunnen we niet komen, want ook “Four stroke woman” is een uptempo nummer waar de snarenplukkers hun accenten erg duidelijk leggen.

“Night by night” begint rustig. De bass haalt beetje bij beetje de overhand. Als wat later ook de drum en de gitaren van zich laten horen, valt Jenna ook in en krijgen we een rocknummer met relatief weinig variatie.

Gelijkaardig is “It’s alright”. In dit gemoedelijke nummer kon de zang me echter niet bekoren.

En dan heb je “Coal burnin'”, waar je de spanning beetje bij beetje voelt toenemen en ongeduldig het energieke nummer op gang komt. Het is bij momenten een vrij rechtdoor nummer waar je stevige rock te verwerken krijgt. Het tempo blijft hoog en de stampende drum voert de hitte telkens hoger en hoger tot dit vuurtje in alle kalmte uitdooft.

Met een laatste brok energie van “Electric eel” wordt deze plaat afgesloten, waar nog eens het gitaarwerk in de verf gezet wordt. Deze laatste werd als eerste single begin 2017 al gereleased.

Rock uit Zweden, dan verwacht je dat het goed zal zijn. Of je dat nu wil of niet, je legt de lat een stukje hoger dan anders. Wat opvalt is de minder geslaagde mastering waarmee deze CD uitgebracht werd. Hedendaags klinken vele producties echt als een bel waar de dynamiek vanaf spat. Als je dan een schijfje als dit beluistert valt dit natuurlijk direct op. Maar dat even ter zijde.

Het is toch wel even wennen aan de energieke en soms neerslachtige stijl die deze groovy soul uitblaast. Soms vind ik het net iets te ‘underground”, maar dat zal een persoonlijke smaak zijn die anderen net weten te appreciëren en deze band voor hen uniek maakt. Tijdens deze CD krijg je weinig tijd om te bekomen. Je word op een rocktrein gezet waar je pas na een uur af kan. Hier en daar zitten hele goede stukken in, maar ik vond dat de plaat bij momenten soms eentonig klinkt. Conclusie: best goed maar met nog ruimte voor verbetering.

75/10

Honeymoon Disease zijn
Jenna: zang en gitaar
Acid: gitaar
Cedric: bass
Jimi: drum

Band: Honeymoon Disease
Album: Part Human, Mostly Beast
Label: The Sign Records
Distributor Benelux: Sonic Rendezvous
Release datum: 27-10- 2017

Links:
https://www.facebook.com/HoneymoonDisease/
http://www.honeymoondisease.com/

Andy Maelstaf